![]() |
|
|
|||||
|
|
|
|
MannenwerkAmsterdam
zaterdag 9 oktober 2004 Lezing
in de Koningszaal van Artis: Als
voorzitter van Stichting Mannenwerk wil ik, ter gelegenheid van het vijf
en twintig jarig jubileumfeest, mijn aandacht richten op de grote lijnen
en de onderstroom. We zijn in het algemeen geneigd, om eerder aandacht te
schenken aan sterke prikkels, heftige Ik zie
het mannenwerk als groter en breder dan alleen wat wij als Stichting
Mannenwerk doen. Als ik de zaal in kijk, zie ik, bijna letterlijk, een
groot deel van de geschiedenis van het mannenwerk. Ik zie mannen die
ergens in de afgelopen vijf en twintig jaar een periode het werk mee
hebben gedragen. Hoewel ze al jaren niet meer bij het mannenwerk in zijn
huidige vorm betrokken zijn, hebben veel mannen, zowel voormalige leiders
als deelnemers, ooit toch in het mannenwerk hun inspiratie en motivatie
gevonden om individueel of binnen andere verbanden hun eigen ‘mannen’-
en ‘mensen’-werk te doen. Onder de uiterlijk veranderende vormen zie
ik een grote, doorgaande stroom met vele vertakkingen.
Eind
jaren zeventig sloot het mannenwerk, in het kielzog van de
vrouwenemancipatiegolf, en als antwoord daarop, aan bij grote
maatschappelijke veranderingen op het gebied van rolpatronen van vrouwen
en mannen, en had daar ook invloed op. Er waren bijna maandelijks
workshops met grote groepen mannen, zo’n veertig tot tachtig man per
weekend, gestimuleerd en
gesubsidieerd door de overheid. Het mannenwerk was een energieke en
maatschappelijk relevante beweging.
Het persoonlijke was politiek! De
grote golfbeweging van toen is uitgewaaierd in vele verschillende
initiatieven, clubjes en organisaties, met elkaar verwant maar ook op
zichzelf, bezig met hun eigen ‘ding’. Als
je het negatief wilt zien dan is de grote beweging van toen versnipperd en
verwaterd en verindividualiseerd. Maar als ik mijn aandacht houd bij het
groeiende bos, dan zie ik vooral de rijkdom van de veelheid en de variatie
van inspirerende plekken en bewegingen die gecreëerd zijn en nog steeds
opnieuw gecreëerd worden. Er
wordt bijzonder werk gedaan op allerlei niveaus; onderzoek en publicaties
op het gebied van sekse specifieke vraagstukken,
werk op het gebied van lichaamsbewustzijn,
leiderschapstrainingen, meditatiegroepen,
heel secuur therapeutisch werk met mannelijke slachtoffers van seksueel
geweld, projecten in Afrika ter bestrijding van aids en armoede. En in
Frankrijk runt Jan Huinder, onze vorige workshopleider, samen met zijn
man, met veel liefde en toewijding, een paradijselijk vakantieoord. Op een
of andere manier allemaal mannenwerk!
Veel van het werk is niet zo zichtbaar en blaast niet hoog van de
toren, omdat het innerlijk werk betreft. En ik
noem hier alleen nog maar een paar voorbeelden van mannen van wie mij
bekend is wat ze doen. Van de meeste weet ik het niet eens. We zouden
verbaasd en verwonderd zijn als in één magisch moment even zichtbaar zou
zijn wat voor bijzonder werk er is gedaan en nog steeds gedaan wordt, dat
zijn oorsprong in het mannenwerk heeft. Ik denk dat we maar een fractie
beseffen van de enorme impact en uitstraling die het mannenwerk in vijf en
twintig jaar heeft gehad en nog steeds heeft. De plek
die Stichting Mannenwerk anno 2004 binnen het hele scala inneemt is een
plek van ontmoeting en bezinning. De theoloog Wim Overdiep heeft jaren
geleden een pleidooi gehouden voor wat hij noemt: ‘oefenplaatsen waar
wij onszelf oefenen in het omgaan met onze gevoelens, ons lichaam
en de tijd waarin we leven. Plaatsen van concentratie en meditatie,
van uitwisseling van ervaringen en van bemoediging. Plaatsen van
waaruit wij elkaar leren uitzenden in vrede om te doen wat gedaan moet
worden’. De
opdracht die Stichting Mannenwerk zichzelf geeft: het blijven creëren van
plekken voor mannen om stil te kunnen staan, midden in een complexe wereld
en een snelle tijd. Plekken waar ze even niets hoeven. Even niet mee in de
ratrace van de consumptie en vermaak maatschappij. We nodigen mannen uit
om in het hier en nu, met veel mildheid, contact te maken met wat er van
binnen leeft en beweegt, met je gevoeligheid. Dat is niet soft. Want als
mannen het contact met hun gevoeligheid verliezen, dan verliezen ze ook
het contact met hun levenskracht en lust, omdat die daarmee verbonden is. Wij
zien het ook als essentieel om de pijn van je leven te erkennen en een
beetje toe te laten. Dit klinkt misschien niet zo feestelijk, want niemand
wil toch pijn. Maar we hebben het allemaal als kind opgelopen en we hebben
allemaal onze bescherming opgebouwd. En we hebben in ons dagelijkse leven
altijd, en ik herhaal: altijd, meer last van deze bescherming dan van de
pijn zelf. Als je je pijn erkent en een beetje toelaat en daarbij voor
ogen houdt dat het om oude verhalen gaat, is het meestal best te
verdragen. Geen verspilling meer van energie die opgaat aan de afweer,
maar nieuwe ruimte en innerlijke vrijheid. Dit is
allemaal innerlijk werk. En het gaat
tegen heel wat beelden en ideeën over mannelijkheid in om dit als
uitdagend en belangrijk te zien. Mannen die er aan begonnen zijn weten dat
het dat wel is, al ziet het er vaak niet zo uit.
Mannen worden er krachtiger van en komen meer in verbinding en met
meer bezieling in de samenleving te staan. Even
een verhaaltje over een muisje met een staartje: ‘een man had zich
teruggetrokken uit de wereld om verlicht te worden. Hij zat te mediteren
in een grot. Er glipte een muisje naar binnen en die begon aan zijn
sandaal te knabbelen. De asceet opende zijn ogen: Waarom stoor je mij in
mijn meditatie? Ik heb honger piepte de muis. Ga weg dwaze muis, sprak de
asceet vermanend, ik zoek de eenheid met God, hoe durf je mij daarbij te
storen? Nou zeg, antwoordde de muis, hoe wil jij je met God verenigen
wanneer je het zelfs met een muis niet eens kunt worden?!’
Op de
weg van persoonlijke ontwikkeling en bewustwording zullen knagende en
hongerige muisjes altijd onze metgezellen zijn! Het is natuurlijk heerlijk
wanneer je je, als gevolg van je persoonlijke ontwikkeling en al je
innerlijke werk, goed voelt, lekker in je vel, heerlijk ontspannen en
helemaal in balans. Maar de wereld is, behalve vol van schoonheid en
wonderen, ook vol van armoede, onrecht en geweld. En als dat een beetje
schuurt met je gelukzaligheid is dat wat mij betreft een goed teken. Het
is een teken van je menselijkheid. Als we ons verbonden voelen en weten
met een groter geheel worden we daar meteen ook mede verantwoordelijk
voor, in de betekenis van dat het ons uitdaagt om ons eigen
oorspronkelijke antwoord te kiezen. Ons jubileumthema is niet voor niets:
‘De Man in de Wereld en de Wereld in de Man’. In feite onze
eigentijdse variant op het oude credo: ‘Het persoonlijke is
politiek’. In het
Jubileum Magazine beschrijf ik in een artikel onder meer mijn ontmoeting
met Moeder Theresa, midden in de jaren tachtig. Uit het gezelschap waarin
ik was kwam de vraag naar voren: wat kunnen wij nu eigenlijk doen aan
armoede, onrechtvaardigheid en geweld in de wereld. We zijn te klein en
onbetekenend, alles wordt toch bepaald op een hoger politiek en economisch
niveau. Ik weet niet meer precies welke woorden Moeder Theresa gebruikte,
maar het kwam neer op: als je wat wilt doen aan de onrechtvaardige
verdeling van welvaart in de wereld, kun je alvast beginnen met proberen
je eigen leven te vereenvoudigen en het weinige dat je hebt te delen met
anderen, niet schraal en zuinig, als een opoffering, maar als een feestje.
En wil je echt wat doen tegen haat en oorlog en geweld? Probeer dan
eerst vrienden te worden met je eigen schaduwkanten en met de mensen in je
omgeving aan wie je een hekel hebt.
Als
voorzitter van Stichting Mannenwerk neem ik de vrijheid om me met de grote
lijnen en met de onderstroom bezig te houden. Ik ben nog van het
ouderwetse slag dat er van uitgaat dat ieder mens bepaalde gaven heeft en
een bepaalde opdracht in het leven, die hij of zij zelf moet ontdekken. Daarom wil ik tot slot nog even
de apostel Paulus citeren als hij de mensen oproept met de woorden: 'Laten
we elkaar zonder ophouden zegenen zodat we allemaal ook zonder ophouden de
zegen ontvangen waartoe we geroepen zijn!'
Vergeet niet zo nu en dan naar het groeiende bos te luisteren.
Probeer de onderstroom te voelen en laat je er zo nu en dan even door
dragen! Wat ieder van ons ook
te doen staat in deze wereld en in deze tijd: laten we het doen met heel
ons hart, met onze hele ziel, met ons hele verstand en ons hele lichaam.
|
|
|
|