![]() |
|
|
|||||
|
|
ActeurGespecialiseerd in psychiatrie, verslavingszorg en traumaverwerking Ik werk als (trainings) acteur in trainingen binnen de psychiatrie, de gezondheidszorg, en traumaverwerking. Hoe dit 'trainingsacteurschap' er in de praktijk uit kan zien wordt helder beschreven in het artikel: 'Spoedeisende psychiatrie:hoe leer je het vak?' van klinisch psycholoog/psychotherapeut Bert van Luijn, met wie ik vanaf begin jaren tachtig samenwerk. Hier volgen een aantal citaten over het werken met professionele acteurs: In de inleiding zegt van Luijn: 'Een vak moet je leren en dat doe je vooral in de praktijk, door veel te doen, liefst samen met ervaren collega's. Maar het is ook noodzakelijk dat je kunt oefenen, vaardigheden kunt verwerven zonder fatale gevolgen bij een misstap. Zoals je een noodlanding leert maken in een vluchtsimulator, zo leer je het vak van hulpverlener in de spoedeisende psychiatrie door praktijkgericht onderwijs waarin situaties worden nagebootst en geoefend, met rollenspel en bij voorkeur met professionele simulatiepatiënten.' En verderop: 'Daadwerkelijk oefenen via rollenspel heeft de voorkeur boven het droog (mondeling) presenteren van praktijkvoorbeelden, omdat dit de werkelijkheid veel onmiddellijker en ervaringsgericht presenteert. Oefenen via rollenspel confronteert de deelnemer rechtsreeks met de gevolgen van zijn keuzes en vraagt in hoog ('natuurlijk') tempo nieuwe keuzes en interventies: het biedt levensechte feedback. Rollenspel doet bovendien veel meer recht aan de in ons vak zo belangrijke non-verbale vaardigheden. Rollenspel waarbij simulatiepatiënten worden gespeeld door medecursisten mist de emotionele intensiteit van het werkelijke crisiscontact, waar je geschoffeerd wordt, je gebruikt of bedreigd voelt. Wanneer er gewerkt wordt met professionele acteurs, is die emotionele dynamiek er wel en levensecht: je ruikt zijn stank, je voelt zijn lading. De eisen die in deze context aan acteurs worden gesteld, zijn hoog: de acteurs moeten niet alleen kennis hebben van psychiatrische ziektebeelden, hun dynamiek en presentatie, maar ook goed zijn in met name de improviserende kant van hun vak. Op grond van een aantal basisgegevens verbeelden zij de patiënt, zonder dat vooraf vaststaat welke tekst zal worden gesproken: die wordt immers in de interactie met de tegenspelende hulpverlener bepaald. Binnen de gegeven psychopathologie staan zij hun eigen emotionele reacties toe, maar geven zich er niet aan over, vergelijkbaar met een psychotherapeut die zijn tegenoverdracht toestaat maar niet uitageert. Tegelijkertijd observeren zij de interactie, opdat na afloop feedback mogelijk is op het verloop van de interventie.' (Voor de uitgebreidere versie van dit artikel waarin gedetailleerd beschreven wordt hoe er aan de hand van levende casuïstiek met acteurs gewerkt kan worden verwijs ik naar het laatste hoofdstuk: 'Hoe Leer Je Het Vak?' in het Handboek Spoedeisende Psychiatrie van W.M. van Ewijk, R.J. Beerthuis en R.A. Achilles.)
|
|
|
2010 Hendrik Grashuis
|